Zo jong en zo boos

Hij is boos, zo vreselijk boos. Ik denk niet dat wij dit kunnen. Ik denk dat wij het gewoon niet echt geleerd hebben. Opvoeden bedoel ik dan. We hebben gewoon geluk gehad met de oudste die eigenlijk altijd wel doet wat hij moet doen. En anders, met een beetje voorbereiding wel gerust te stellen is. Maar dit. Deze tweede, kleine, hij, nou. Vandaag is de druppel. Hij, 3 jaar en 5 maanden oud, zegt dat het wel heel stom is dat hij altijd maar boos wordt. Hij wil dit niet meer. Druppel dus. 

Want als wij, als ouders, de enige zijn die er last van hebben is het tot daar aan toe, maar dat hij dit zelf uitspreekt geeft een enorm besef. We moeten er dus iets mee. Vandaag nog. Wel heftig, omdat we dan dus te boek zullen staan als ouders die niet zelf kunnen opvoeden.
Wat is hulp vragen toch moeilijk. Toegeven aan jezelf en elkaar dat je als ouder niet de wijsheid hebt om je kind te kunnen helpen. Dat steekt. Het is net of ik over mezelf heen moet stappen. Over mijn trots, mijn ego, om zo mijn kind te kunnen helpen.

Het ligt vast aan ons

Daar gaan we dan. Adem in en springen maar, het diepe in. Na het eerste contact met Jeugd- en GezinsZorg (JGZ) worden we doorverwezen naar MEE. In gesprek met een ouder- en kindcoach zullen we achterhalen wat eigenlijk onze hulpvraag is. Wat is er aan de hand binnen ons gezin? Haast op zoek naar een schuldige lijkt het. Alleen al het toeleven naar dit gesprek, voedt onze onzekerheid. Wat doen we niet goed, houden we onvoldoende rekening met hem? Of misschien juist te veel? Alle vragen die ongetwijfeld bij een ieder als opvoeder weleens de revue passeren.

Waar opluchting volgt als blijkt dat onze wijze van opvoeden niet verkeerd is, volgt ook verdriet. Het lijkt er op dat onze kleine hij niet goed in zijn vel zit en dat dit van binnenuit komt. Hoe kan dat als je zo jong bent? De frustratie lijkt voort te komen uit een voortdurende aanpassing naar zijn omgeving. Op het kinderdagverblijf is hij drie en kijkt hij naar het gedrag van andere driejarigen en past zijn eigen gedrag hier op aan. Thuis is hij zeven. Hij wil lezen, rekenen, zingen en net zo zijn als zijn grote broer.

Daar gaan we

Deze constante schakeling in gedrag, altijd maar aanpassen, maakt dat hij het in zijn hoofd niet altijd kan bolwerken. Hij is gefrustreerd, boos en moe. Het jongetje wat voor de buitenwereld charmant, leuk en grappig is, is thuis behoorlijk explosief. Maar dat vertellen we natuurlijk niemand. Laten we vooral net doen of het allemaal hartstikke goed gaat.

En toch. Lijkt het erop dat we nu op weg zijn. Is er dus toch weer opluchting. We hebben iemand gevonden die ons kan en wil helpen. Gezamenlijk vinden we een orthopedagoog die gespecialiseerd is op het gebied van hoogbegaafdheid, waar we een afspraak maken om hem te laten testen. Een observatie, IQ-test en onderzoek op sociaal-emotioneel gebied zal ons meer inzicht en handvatten geven.

De dag van de test

Verschrikkelijk. Het is het eerste woord wat me te binnen schiet als ik terug denk aan die tijd. Als ik langer nadenk, volgen ‘ingewikkeld’ en ‘onzeker’.  Want ja, die test zou wel eens kunnen uitwijzen dat mijn kind toch geen gewoon, in de norm vallend kind, is. En dan? Aan de andere kant, hoe zou ik me voelen als die test uitwijst dat mijn kind toch een gewoon, in de norm vallend kind, is? Dan moeten we op zoek naar een andere oorsprong van zijn frustratie en boosheid.

Op dat moment kon ik niet besluiten wat ik erger zou vinden. Erger, omdat ik toen nog niet wist wat ik nu wel weet. Het ene alternatief is niet beter dan het andere. Kinderen, ongeacht welk IQ of creativiteit, of doorzettingsvermogen ze hebben, verdienen het om door hun ouders gezien en gehoord te worden. Hebben het recht om op te groeien in een, op hun behoefte afgestemde, leerrijke omgeving. Alleen dan zullen zij zich kunnen ontwikkelen tot individuen die sterk genoeg zijn om, in de verschillende fases van hun leven, op eigen benen te staan.

Erger, omdat ik toen ook nog niet wist dat een dergelijk uitgebreide test, uitgevoerd door een orthopedagoge gespecialiseerd in hoogbegaafdheid, ons zoveel waardevolle inzichten zou geven, waardoor het cijfer van het IQ er eigenlijk niet meer toe doet.

Zoveel vragen

Maar toen..
We wilden dit helemaal niet doen. Bleven maar denken dat het niet nodig is om de jongens te laten testen. Wat schieten we er mee op als we weten wat hun IQ is? Waarom zouden we moeten weten hoe ze denken, wat voor strategieën ze ontwikkelen bij ingewikkelde opdrachten? Wil ik het wel weten als blijkt dat ze helemaal geen strategieën inzetten? En dan de belangrijkste vraag: wat moet ik met het label als blijkt dat…

En het bleek. Enorm. En ik, op de stoep bij de orthopedagoog, twijfelde. Aan alles. Aan alles wat eerder gewoon was. Doordat de kinderen niet meer leken te zijn wie ze eerst waren, leek een groot deel van ons ‘zijn’ niet meer wat het was. Misschien was alles nog hetzelfde? Misschien niet, misschien een beetje?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.